| Spanje heeft een eeuwenoude wijnbouwtraditie die terug gaat tot de tijd dat de Romeinen het er voor het zeggen hadden. Internationale faam genoot het tot voor kort slechts in bescheiden mate en dan bijna uitsluitend met versterkte en zoete wijnen, zoals Jerez (sherry) en, in de 19e eeuw, Malaga. Bij de productie van andere wijnen ontbrak het simpelweg aan de nodige knowhow. Wit was oxidatief, rood alcoholisch. De eerste tafelwijn waarmee het land opzien baarde was rode Rioja. Dat gebeurde pas eind 19e eeuw, mede dankzij een forse inbreng uit Bordeaux. Rond 1900 kwam in Catalonië de productie van mousserende wijnen van de grond. Onder de naam Cava zouden die wereldwijd groot succes gaan oogsten.
De grote doorbraak van Spanje als leverancier van kwaliteitswijnen is in de jaren '80 gekomen. Na het herstel van de democratie en de toetreding tot de Europese Unie is een moderniseringsproces op gang gekomen dat zijn weerga niet kent. Spanje heeft zich sindsdien onderscheiden met zowel 'mondiale' wijnen, gemaakt van internationaal populaire druivensoorten, anderzijds met heel typische, oer-Spaanse wijnen, maar dan wel gemaakt volgens de modernste inzichten.
De wijnen van het wijnhuis Castillo Perelada uit Spanje zijn in het februari nummer van het blad Perswijn geproefd door het proefpanel en hebben daar zeer goede resultaten behaald. |