| De wijnstokken in de champagnestreek wortelen in een dikke laag krijt. Deze bijzondere laag krijt (Belemnita Quadrata) zorgt ervoor dat de wijnstokken uitzonderlijk goed kunnen gedijen. Het krijt houdt warmte en vocht vast en staat deze weer af wanneer daar aan behoefte is. Tevens verschaft het krijt de wijnstokken de mineralen die de unieke eigenschappen van de Champagne druiven op een subtiele manier bepalen.
De gemiddelde jaartemperatuur in de Champagnestreek bedraagt 10,5°C. Dit is een kritische grens; bij een lagere temperatuur waarde rijpen de wijndruiven niet meer. Binnen de Champagnestreek treft men overigens tal van verschillende microklimaten aan als gevolg van verschillen in ligging (zonneschijn) en hoogte. Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, het zijn juist deze moeilijke klimatologische omstandigheden die zorgen voor druiven van een uitzonderlijke kwaliteit.
Drie druivensoorten hebben in de loop der eeuwen bewezen precies bij de bodemstructuur en het klimaat van de Champagnestreek te passen: de blauwe druiven Pinot Noir (gul en vol kracht) en Pinot Meunier (voor een jeugdige frisheid) die een wit sap opleveren en de witte druif Chardonnay, die de champagne lichtvoetigheid en élégance geeft. |